BackHoom in gesprek met Joop van der Voort van INNAX

BackHoom zit regelmatig aan tafel met veel verschillende partijen die zich bezighouden met de energietransitie. Iedereen die we spreken heeft hier zo zijn eigen rol in. In de rubriek ‘BackHoom in gesprek met….’ praten we met hen over hun visie op de energietransitie en het bijbehorende klimaatakkoord. Hoe zien zij de weg naar een CO2-neutrale toekomst? Deze keer spreken we met Joop van der Voort, Commercieel Directeur bij INNAX, een grote Nederlandse speler die zich bezighoudt met het verduurzamen van gebouwen.

Zoals iedereen weet staan we na het klimaatakkoord in Parijs en het akkoord in Nederland voor een behoorlijke uitdaging. Er zijn enorme ambities maar ook kritische tegengeluiden over de haalbaarheid van de doelstellingen. Hoe kijkt u hier tegenaan?
Joop van der Voort

“Er is geen standaardoplossing voor de verduurzaming van woningen of gebouwen. Het behalen van de Parijs-doelstellingen heeft niet zozeer met geld te maken, maar met het realistisch onderzoeken van de haalbaarheid. Sommige gebouwen zijn nu eenmaal niet geschikt voor bepaalde duurzaamheidsoplossingen, het is niet zo dat zonnepanelen of het aanpakken van gevels altijd helpen. In sommige gevallen kan het bijvoorbeeld nuttiger zijn om te onderzoeken wat je kunt doen met bijvoorbeeld waterstof als energiedrager voor een locatie, of dat je juist de mogelijkheden van het warmtenet onderzoekt. Je moet per gebouw, woning, wijk en locatie kijken wat de mogelijkheden zijn en op basis daarvan beslissen wat de best passende oplossing is. Voor veel organisaties is dit lastig, omdat het betekent dat je echt je eigen onderzoek moet doen naar jouw situatie. Hoe ziet jouw gebouw eruit, wat kunnen we nu al doen om het toekomstige doel te bereiken en wat heeft eigenlijk geen zin? Daarvoor moet je als organisatie wel in beweging komen, maar die bewegingsbereidheid, die ontbreekt nu vaak nog.”

De nieuwe generatie wil écht aan de slag
“Bij consumenten zien we vooral dat de bewustwording nog niet breed aanwezig is. Een groot deel van de huizenbezitters neemt, als ze al wat doen, maatregelen met behulp van overheidssubsidie. Daarbij is financieel voordeel dus een grotere prikkel dan de echte wil om te verduurzamen. Gelukkig zien we dat de jongere generatie hier wel meer bewust van is. Mijn zoon van 18 bijvoorbeeld, met wie ik veel over dit onderwerp praat, was ook bij de klimaatprotesten op het Malieveld. Die generatie wil er écht mee aan de slag. En ondanks dat de ‘ouders van’ dit bij hun kinderen zien en wellicht zelfs stimuleren, dragen ze dat gedachtegoed niet uit als ze weer op het werk zijn. Daartussen zit echt nog een groot gat. De jeugd zit ook niet aan tafel bij klimaatgesprekken met wereldleiders. Grote bedrijven wel. Dat is gek.”

“We gaan naar een duurzame deeleconomie.”

 

Hoe kunnen we die mentaliteit dan veranderen, ook bij de bestuurders van nu?

“Aan de techniek ligt het niet, technisch is alles mogelijk. Elektrische auto’s worden steeds normaler en bereikbaarder voor consumenten én bedrijven, we experimenteren volop met duurzame energie- en opslagsystemen en ontdekken steeds weer nieuwe manieren om concreet en betaalbaar te verduurzamen. We zien ook een verschuiving van bezit naar gebruik wat verspilling van grondstoffen beperkt; in de toekomst hebben mensen niet allemaal een eigen auto meer, maar kan je een elektrische auto op afroep naar je toe laten komen om je naar je plek van bestemming te brengen. We gaan veel meer naar zo’n duurzame deeleconomie. Maar duurzaamheid reikt verder dan dat. Ook zaken die we nu niet per se associëren met ‘verduurzaming’, zoals ons avondeten veranderen mee. Kijk bijvoorbeeld naar de ontwikkelingen op het gebied van kweekvlees. Los van dierenwelzijn, wat uiteraard ook belangrijk is, draagt dat ontzettend bij aan verduurzaming. De veestapels kunnen en moeten kleiner worden, we hebben minder methaanuitstoot en hoeven minder of geen soja te importeren om onze runderen te voeden. Bovendien hoeven we de dieren niet meer te transporteren. De ontwikkelingen gaan ontzettend snel en zullen blijven versnellen. Ik vind het ergens ontzettend jammer dat ik ‘al’ 57 ben en deze nieuwe toekomst maar voor een deel zal meemaken. Mijn kinderen hebben, als zij mijn leeftijd bereikt hebben, echt een heel ander soort leven.”

Volgens het klimaatakkoord moeten we in 2050 een CO2-neutrale gebouwde omgeving hebben. Wat is er volgens u nodig om dit doel te behalen?

“Ook daar gaat het weer om bewustwording. Ik werk al ruim 16 jaar in deze branche. Was het 10 jaar geleden echt lastig om mensen ervan te overtuigen iets met duurzaamheid te doen, vandaag de dag is de maatschappelijke consensus 180 graden gedraaid. Steeds meer organisaties realiseren zich, mede onder druk van wet- en regelgeving, dat ze fors aan de slag moeten met verduurzaming van hun gebouwen en processen. Maar vaak weten ze niet waar te beginnen. Daar helpen wij ze bij.

“Naast bewustwording is dus ook realistisch inzicht belangrijk: hoe ziet mijn situatie, mijn gebouw en energieverbruik eruit? In 2050 een CO2-neutrale gebouwde omgeving is voor sommige gebouwen eigenlijk niet haalbaar. Een bouwwerk uit de jaren ’20-’30 van de vorige eeuw zit bouwkundig dusdanig in elkaar, dat je dat niet met wat simpele maatregelen CO2-neutraal kunt maken. Als de energievraag moeilijk te beperken valt, dan kijken we naar de verduurzaming van de energie die er nodig is. Bijvoorbeeld door meer gebruik te maken van zon en wind en dit vervolgens op te slaan in warmtebuffers of de groene elektriciteit in waterstof. Een organisatie kan ook CO2-neutraal worden door elders duurzame energie op te wekken en dat te transporteren naar het ‘slechte gebouw’. Zo is wat er ingaat, wel CO2-neutraal.”

“Het is echt belangrijk dat iedereen inziet dat wat zich ogenschijnlijk heel erg langzaam afspeelt, eigenlijk een van de grootste wereldrampen ooit zou kunnen worden. Als ergens een dijk doorbreekt of een tropische storm een kustplaats verwoest, springen we allemaal bij om te helpen. Geld speelt nauwelijks een rol. Maar als we dan kijken naar de rampspoed die ons deel wordt zodra de ijskappen zijn gesmolten, dan is geld opeens wel lastig. Regeringen schieten nog te weinig in de actiemodus. Daar moet nu echt verandering in komen. Gelukkig zie ik wel langzaamaan wat beweging ontstaan.”

“Het gaat nog teveel over euro’s en subsidie en te weinig over de impact op het klimaat.”

 

Wat valt u op in de discussies rondom de warmtetransitie?

“Op kleine schaal wordt het nog te veel gezien als een commercieel product. Iedereen aan de warmtepomp. Voor consumenten is dat nogal eens verwarrend, doen ze nu echt iets goeds, of zijn ze in een verkooppraatje van een bedrijf getrapt? De verkoopboodschap is vaak: u bespaart door te kiezen voor duurzaam. Duurzaamheid wordt dus ook een nieuwe economische factor. We zien dus dat de discussie steeds meer gaat over euro’s en minder over impact op het milieu en klimaat. Terwijl de eigenlijke discussie moet gaan over hoe we ons de komende jaren of eeuwen van energie gaan voorzien. Daarbij is duurzame energie geen keuze, maar noodzaak.”

“We moeten ons en onze leefwereld beschermen tegen de negatieve gevolgen van de uitputting van de aarde. Dat gevoel van verantwoordelijkheid wordt weggenomen door de focus op economisch ‘voordeel’. Hoe pessimistisch het ook klinkt, misschien moet het eerst écht goed fout gaan, voor we dat morele besef krijgen. Kijk naar Groningen, wij en de politiek hebben daar jaren maar mee aangemodderd totdat huizen begonnen te verzakken en mensen fysiek en psychologisch beschadigd raakten door de gaswinning. Toen opeens was het ‘urgent’. Blijkbaar hebben we een concreet crisismoment nodig om in beweging te komen. Jammer genoeg zien mensen nog onvoldoende dat de aarde echt al heel erg beschadigd is.”

Ziet u opvallende ontwikkelingen, kijkend binnen uw eigen (net)werk?

“Jazeker, de vraag naar duurzaamheidsdienstverlening overstijgt onze capaciteit. Als we genoeg medewerkers zouden kunnen vinden, waren we al twee keer zo groot geweest. We zien mooie ontwikkelingen in diverse sectoren zoals de Green deal in de zorg, scholen die in beweging komen en dit koppelen aan onderwijs en de corporatiesector die fungeert als de startmotor van het klimaatakkoord. Een mooi voorbeeld is woonstichting Casade in Waalwijk. Hier worden grootschalig hellende daken vervangen door een “actief dak” met goede isolatie en zonnepanelen.  Huurders kunnen lid worden van het initiatief en zo meedelen in de opbrengst van de zonnestroom.”

Meer woningcorporaties kunnen pionieren
“Het is fijn om te zien dat woningcorporaties als Casade risico’s durven nemen en stappen durven zetten om de energietransitie echt aan te pakken. Door samen te werken met de corporaties, specialisten en de huurders zelf, ontwikkel je echt een breed gedragen oplossing. Zo kun je samen verduurzamen en allemaal van de voordelen profiteren. Ik ben er echt heel trots op dat dit zo van de grond gekomen is. Voor mij is het ook een voorbeeldproject voor andere woningcorporaties.

Wat zijn volgens u de belangrijkste uitdagingen waar we nu voor staan?

“De bewustwordingsuitdaging, zowel voor consumenten als voor de bedrijven. We moeten leren inzien dat het niet alleen maar over geld en ‘besparen’ gaat, maar echt over de noodzaak om duurzame energie te gebruiken. Wat het allemaal wel lastiger maakt, is dat onze energie infrastructuur nog helemaal niet klaar is voor grootschalige duurzame (elektrische) energie, het is nog niet voldoende en goed ingericht om de duurzame energie te transporteren, te verwerken of op te slaan. Slimme micronetwerken op lokaal niveau kunnen dat probleem mogelijk afvangen. Daarmee kun je makkelijker energie terugleveren of delen. De trend van de deeleconomie zien we eigenlijk dus ook terug in de energiebranche.”

“Daarnaast vormen wet- en regelgeving ook nogal eens blokkades. Kijk bijvoorbeeld naar de Woningwet, die bedoeld is voor woningcorporaties en huurdersbescherming. Deze wet beperkt hen op bepaalde vlakken om verduurzaming, die uiteindelijk huurders ten goede komt, te realiseren. Ze zijn binnen de huidige regelgeving nog niet echt vrij om verduurzaming doeltreffend aan te pakken. Een aanpassing van de wet is weliswaar in de maak maar, zoals dat wel vaker bij overheidszaken gaat, duurt dat nog minimaal 2 jaar. Voordat deze wet dan echt geïmplementeerd is, ben je dus wel een paar jaar verder.”

“We moeten sneller willen en kunnen gaan. De overheid roept een hoop, maar op het gebied van besluitvorming en realisatie houden ze nog veel tegen. Gelukkig doet het bedrijfsleven wel steeds meer. Al mijn opdrachtgevers maken nu concrete plannen om hun gebouwen te verduurzamen. Er komt steeds meer beweging en dat is waar we naartoe moeten. De tijd van stilletjes navelstaren is voorbij, we moeten gewoon aan de slag gaan!”

Reacties zijn gesloten.